Informatie patiënten

Lage rug ('lumbale') hernia

De wervelkolom bestaat uit wervels en tussenwervelschijven. Deze tussenwervelschijven kunnen soms verzwakken, waardoor een Hernia Nucleus Pulposus (HNP) kan ontstaan. Een HNP is een uitstulping van deze tussenwervelschijf. Als deze uitstulping groot genoeg is, kan deze tegen een zenuw aankomen, waardoor de aangrenzende zenuw knel kan komen te zitten. U kan dan pijn in uw rug en uitstraling in uw been, billen of voeten ervaren. Niet iedereen ervaart echter klachten als zij een HNP hebben. Als patiënten toch veel hinder ondervinden wordt gekeken of via medicatie en/of fysiotherapie de klachten kunnen worden verminderd. Ook kan een hernia vanzelf overgaan en is verdere behandeling niet nodig. Als echter blijkt dat de klachten aanwezig blijven wordt de patiënt vaak doorverwezen naar een neuroloog. Deze bepaalt of de patiënt vervolgens gezien moet worden door een (neuro)chirurg die weer op zijn beurt oordeelt of de HNP chirurgisch verwijderd moet worden of niet.

Operatietechnieken

(zie voor meer informatie ook operatietechnieken)

Open (micro)discectomie

De open micro discectomie wordt internationaal gezien als de methode van voorkeur in de behandeling van de lage rug hernia. Dit is een operatietechniek, waarbij een snede wordt gemaakt (± 3- 5cm) in de achterzijde van de rug om de oorzaak van de beknelling (de hernia) via direct zicht te verwijderen. De patiënt ondergaat hierbij algehele verdoving (narcose) of een ruggenprik en moet meestal één dag in het ziekenhuis verblijven.

PTED

Tegenwoordig bestaat ook de mogelijkheid om deze operatie via een kleinere toegang te verrichten langs de zijkant van de rug. Dit heet ‘Percutane Transforaminale Endoscopische Discectomie’ (PTED in het kort). Ook hierbij wordt een snede gemaakt (±8mm) om de oorzaak van de beknelling (de hernia) te verwijderen. Echter zal dit niet via direct zicht gaan, maar via het zicht via een kleine camera (kijkoperatie). Een ander verschil is de manier van verdoven, bij PTED krijgt de patiënt een lokale verdoving, zodat de patiënt kan aangeven wanneer er pijn gevoeld wordt tijdens de operatie. De voordelen en/of nadelen van de PTED techniek zijn nog onvoldoende bekend. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om te kijken of de nieuwe PTED behandeling net zo goed is als de standaard behandeling (de open microdiscectomie).”

PTED-onderzoek

Opzet onderzoek

Om de (kosten)effectiviteit te onderzoeken wordt een grootschalig onderzoek uitgevoerd, waarbij in de eerste fase twee groepen met elkaar worden vergeleken (open microdiscectomie versus PTED). Na deze perioe wordt nog een onderzoek gedaan, alleen bij patiënten die PTED-operatie ondergaan. De twee groepen worden gemaakt door middel van een computerloting. De ene groep zal open microdiscectomie ondergaan en de andere groep PTED. Bij deelname aan de PTED-studie heeft een patiënt 50% kans dat hij open microdiscectomie ondergaat en 50% kans dat hij PTED ondergaat. De chirurg, onderzoeksverpleegkundige en onderzoekers hebben geen invloed op de loting. De (kosten)effectiviteit wordt bepaald in beide groepen om ze vervolgens met elkaar te vergelijken.

Meten (kosten)effectiviteit

De (neuro)chirurg oordeelt of een operatie geïndiceerd is. Dit doet hij o.a. aan de hand van de ervaren beenpijn van de patiënt. Het meten van de beenpijn wordt daarom als belangrijke indicator gezien voor de beoordeling van de effectiviteit van de operatietechnieken. Naast de effectiviteit zullen ook de kosten die gepaard gaan met de operatietechnieken in kaart gebracht worden. Kosten variëren van de operatietechniek zelf tot aan het werkverzuim en medicatiegebruik van de patiënt.

Beslissing deelname PTED-studie

Beslissing deelname PTED-studie

Als u in aanmerking komt voor de PTED-studie beslist u geheel zelf of u wel of niet wilt deelnemen aan de studie. Door deel te nemen helpt u de onderzoekers inzicht te geven in herniaklachten en herniabehandelingen.

U stelt, door deel te nemen, bepaalde medische gegevens beschikbaar die nuttig zijn voor het onderzoek. Nadelen van deelname zijn de tijdsinvestering voor het invullen van de vragenlijsten en extra controlebezoeken.

Wel willen wij benadrukken dat deelname aan dit onderzoek geen extra voordeel oplevert, qua operatietechnieken. Op basis van de huidige wetenschap kunnen wij niet stellen dat één van de operatie technieken beter zou zijn. Bovendien zullen beide operatietechnieken hetzelfde uitgevoerd worden, zoals het in de reguliere zorg gedaan wordt.

Wilt u deelnemen en komt u in aanmerking dan is het verplicht dat u eerst schriftelijke informatie ontvangt met betrekking tot het wetenschappelijk onderzoek. Schriftelijk wordt hierin uw medewerking voor het onderzoek gevraagd. Als u deze informatiebrief niet heeft ontvangen van de beoordelend chirurg vraag hier dan alsnog om. Het is namelijk belangrijk dat u begrijpt waarom dit onderzoek wordt uitgevoerd en wat het onderzoek inhoudt. Leest u daarom de informatiebrief aandachtig door en bespreek het eventueel met uw partner, familie en uw huisarts. Indien iets niet duidelijk is kunt u dit ook vragen aan de onderzoeksverpleegkundige of één van de onderzoekers.


Neem rustig uw tijd voordat u besluit of u wel of niet wilt deelnemen. Bedenk of u de gevraagde tijd kan en wil investeren. Nogmaals u beslist zelf of u meedoet aan het onderzoek. Uw keuze om niet deel te nemen heeft geen invloed op uw relatie met uw behandelend arts.


Tijdsinvestering

Bij deelname wordt u gevraagd om negen keer een vragenlijst in te vullen en vier keer terug te komen bij de research verpleegkundige voor het lichamelijk onderzoek. Zie voor het overzicht onderstaande tabel.